
Subdomeinen gebruiken kan een handige manier zijn om verschillende onderdelen van een website van elkaar te scheiden. In plaats van alles op hetzelfde domein te plaatsen, kun je een aparte omgeving maken voor bijvoorbeeld een webshop, testomgeving, klantenportaal of blog. Een voorbeeld is een bedrijf met de website voorbeeld.nl dat zijn webshop op shop.voorbeeld.nl wil plaatsen. De hoofdwebsite blijft dan op voorbeeld.nl, terwijl de webshop een eigen omgeving krijgt. Dit kan overzichtelijk zijn voor zowel de eigenaar als de technische inrichting van de website. Maar wat is een subdomein precies en wanneer is het verstandig om er één te gebruiken?
Een subdomein is een onderdeel van een bestaand domein dat vóór de domeinnaam wordt geplaatst. Bij shop.voorbeeld.nl is shop het subdomein.
Andere voorbeelden zijn:
blog.voorbeeld.nlhelp.voorbeeld.nlklanten.voorbeeld.nltest.voorbeeld.nlapp.voorbeeld.nlEen subdomein kan worden gebruikt om een aparte website of omgeving te laten draaien, terwijl het hoofddomein gewoon blijft bestaan. Je kunt een subdomein zien als een extra digitale ruimte binnen hetzelfde domein. Het is daardoor mogelijk om verschillende systemen naast elkaar te gebruiken.
Een webshop kan prima op hetzelfde domein als een normale website staan. Toch kan een subdomein soms handig zijn wanneer de webshop technisch of organisatorisch losstaat van de hoofdwebsite. Stel dat een bedrijf een WordPress-website heeft op voorbeeld.nl, maar voor de webshop een ander systeem gebruikt. In dat geval kan shop.voorbeeld.nl een logische oplossing zijn. De bedrijfswebsite kan bijvoorbeeld informatie geven over het bedrijf, diensten en contactgegevens. De webshop heeft vervolgens een eigen omgeving met producten, categorieën, winkelwagen en betaalpagina's. Hierdoor blijven de verschillende onderdelen duidelijk van elkaar gescheiden.
Een webshop is slechts één mogelijke toepassing. Subdomeinen gebruiken kan ook interessant zijn voor andere onderdelen van een website. Een veelvoorkomend voorbeeld is een klantenomgeving. Een bedrijf kan bijvoorbeeld klanten.voorbeeld.nl gebruiken voor een portaal waar klanten kunnen inloggen.
Ook een kennisbank of helpomgeving kan op een subdomein worden geplaatst, zoals help.voorbeeld.nl. Voor softwarebedrijven is app.voorbeeld.nl eveneens een logische keuze. De normale website kan informatie over het product bevatten, terwijl klanten via het subdomein toegang krijgen tot de applicatie.
Een van de handigste toepassingen voor webmasters is een testomgeving. Je kunt bijvoorbeeld test.voorbeeld.nl of staging.voorbeeld.nl gebruiken om wijzigingen eerst uit te proberen. Dit is vooral handig wanneer je een live website niet zomaar wilt aanpassen.
Je kunt in de testomgeving bijvoorbeeld een nieuwe WordPress-versie, plugin of websitefunctie testen. Werkt alles goed? Dan kun je de wijzigingen vervolgens naar de live website brengen. Let wel op dat een testomgeving niet zomaar openbaar toegankelijk moet zijn. Een onbeveiligde stagingwebsite kan gevoelige informatie bevatten of door zoekmachines worden geïndexeerd.
Het aanmaken van een subdomein gebeurt meestal via het controlepaneel van je hostingprovider. De precieze stappen verschillen per hostingomgeving. Bij veel hostingproviders kun je via het onderdeel voor domeinen of websites een nieuw subdomein toevoegen. Je kiest bijvoorbeeld shop als naam. Vervolgens ontstaat shop.voorbeeld.nl.
Daarna moet je bepalen waar het subdomein naartoe verwijst. Dat kan bijvoorbeeld een aparte map op de server zijn, maar afhankelijk van de situatie kan ook een andere server of hostingomgeving worden gebruikt. Wanneer je een extern systeem gebruikt, kan het nodig zijn om de DNS-instellingen aan te passen.
DNS zorgt ervoor dat een domeinnaam naar de juiste server of dienst verwijst. Ook subdomeinen maken gebruik van DNS. Een subdomein kan bijvoorbeeld worden ingesteld met een A-record of CNAME-record, afhankelijk van de gewenste configuratie. Een A-record verwijst rechtstreeks naar een IP-adres. Een CNAME kan een subdomein laten verwijzen naar een andere hostnaam. Dit klinkt technisch, maar in veel hostingpanelen worden deze instellingen grotendeels voor je geregeld. Wanneer je een subdomein koppelt aan een externe dienst, moet je soms wel zelf een specifiek DNS-record toevoegen.
Nee. Dat is juist een van de voordelen. Wanneer je voorbeeld.nl bezit, kun je daar meerdere subdomeinen onder maken. Je hoeft dus niet voor ieder onderdeel een nieuwe domeinnaam te registreren.
Je kunt bijvoorbeeld hebben:
voorbeeld.nl
shop.voorbeeld.nl
blog.voorbeeld.nl
help.voorbeeld.nl
app.voorbeeld.nl
Deze adressen vallen allemaal onder hetzelfde hoofddomein. Het aantal subdomeinen dat je kunt gebruiken hangt af van je hostingomgeving en configuratie.
Een belangrijke vraag is of je een subdomein nodig hebt of dat een normale map op je website beter geschikt is.
Een webshop kan bijvoorbeeld op:
voorbeeld.nl/shop
of op:
shop.voorbeeld.nl
staan.
Een map is vaak eenvoudiger wanneer de webshop onderdeel is van dezelfde website en hetzelfde systeem gebruikt. Een subdomein kan juist interessanter zijn wanneer de webshop technisch losstaat van de hoofdwebsite. Er is dus geen universeel beste keuze. Kijk vooral naar hoe je website technisch is opgebouwd en hoe sterk de verschillende onderdelen van elkaar gescheiden moeten zijn.
Wanneer je een subdomein gebruikt, is het belangrijk om rekening te houden met SEO. Een subdomein wordt technisch anders behandeld dan een map binnen hetzelfde domein. Dat betekent niet dat een subdomein automatisch slecht is voor SEO. Het betekent vooral dat je goed moet nadenken over de structuur van je website.
Wanneer bijvoorbeeld je webshop belangrijk is voor organisch verkeer, moet je ervoor zorgen dat producten en categorieën goed bereikbaar zijn voor zoekmachines. Ook interne links, redirects, canonieke URL's en indexatie moeten goed worden ingesteld. Gebruik een subdomein daarom niet alleen omdat het er professioneel uitziet. Kies de structuur die technisch en inhoudelijk het beste past bij je website.
Een subdomein kan vooral interessant zijn wanneer je verschillende systemen of onderdelen duidelijk van elkaar wilt scheiden.
Denk bijvoorbeeld aan:
Voor een eenvoudige website met een paar pagina's is een subdomein meestal niet nodig. Daar kan een normale mappenstructuur veel overzichtelijker zijn.
Subdomeinen gebruiken biedt veel mogelijkheden wanneer je verschillende onderdelen van een website technisch van elkaar wilt scheiden. Een webshop op shop.voorbeeld.nl, een klantenomgeving op klanten.voorbeeld.nl of een applicatie op app.voorbeeld.nl kan bijvoorbeeld zorgen voor een duidelijke structuur. Het belangrijkste is om vooraf te bepalen waarom je een subdomein nodig hebt. Als een onderdeel prima binnen de bestaande website kan functioneren, is een normale map vaak eenvoudiger. Wanneer verschillende systemen of omgevingen naast elkaar moeten bestaan, kan een subdomein juist een praktische oplossing zijn. Door vooraf goed na te denken over hosting, DNS, beveiliging en SEO voorkom je later onnodige technische problemen.
WordPress sneller maken: 7 manieren om je website sneller te laten laden. Lees hier meer!